filmvanalledag

roestig weblog

Auditief jaarlijstje 2016

Lange tijd dacht ik geen muzikaal jaarlijstje te schrijven in 2016. Tot ik een paar dagen terug op Facebook reageerde op een post en ineens een lijstje had. 2016 werd onverwacht het jaar van de podcast. Voor lange autoritten en voor tijdens huishoudelijke klusjes. Prettige ontspannend en vooral invalshoeken en diepte die je op de reguliere radio zelden tegenkomt.

Albums
Radiohead – a Moon Shaped Pool
Wilco – Schmilco
Basia Bulat – Good Advice
Nicolas Jaar- Sirens
Mono – Requiem for Hell

Live-optredens
Basia Bulat – Paradiso, 8 mei – een popshow in al z’n raffinement.
Bruce Springsteen – Malieveld, 14 juni – doorgaan tot je niet meer op je benen kan staan.
Wilco – Tivoli Ronda, 9 november – de post-Trump show. Of hoe muziek een kater weg kan spoelen.

Podcasts
Het jaar van de podcast dus.

  • The Talk Show with John Gruber – Minimaal 2 uur gebabbel van John Gruber, de blogger achter Daring Fireball. Veel Apple. Erg ontspannen voor lange autoritten.
  • Exponent – De gesproken toelichting op de analyses van Stratechry. Over business, internet en strategie. Vooral over de grote bedrijven.
  • 99% Invisible – Achtergronden in ontwerp en techniek van onze leefomgeving. Radiodocumentaires uit de VS over alle ontworpen aspecten in ons leven, waar we ons zelden bewust van zijn.
  • De Correspondent – Net als in hun artikelen probeert de Correspondent een andere invalshoek. Soms een wat pedant toontje, maar regelmatig interessant.
  • The History of Rome – Een wat oudere podcast, maar gezien het onderwerp is dat niet zo belangrijk. In minstens 179 delen door de geschiedenis van de Romeinen. In de afgelopen weken ben ik tot deel 20 gevorderd.

Traveling Light

Brooklyn. We springen op de oranje lijn. Nog eenmaal het piepen en kraken van de treinstellen van de New Yorkse subway. Op Washington Square, door een geluk, meteen op de blauwe lijn overstappen. Naar het gebouw van de Port Authority, wat volgens zeggen een chaotisch gebouw is. Het lijkt wel mee te vallen, al is het wel een lange ondergrondse wandeling. We zijn exact op tijd om onze rugtassen in de bus te zetten en in te stappen.

In Bill Bryson’s reisboek The Lost Continent: Travels in Small-Town America, wat verder een saai boek is met flauwe grappen, beschrijft hij dat niemand in Amerika de Greyhound bussen gebruikt, behalve zij die niet meer kunnen betalen, en een jong Deens stel dat op een budget door de VS reist. Misschien waren wij dat stel, behalve dat we niet uit Denemarken komen. Greyhound beviel me wel – redelijk snel, comfortabel, en dan krijg je tegenwoordig ook nog wifi cadeau.

Als je New York eenmaal uit bent belandt de bus op de interstate naar Boston, en hoewel op kaart een suburbaan gebied, zie je daarna vooral bomen, en snelweg. Halverwege Boston maken we een tussenstop. Ik ben vergeten of het bij een McDonalds of bij een Burger King was. Terug in de bus zet ik mijn iPod aan. Nog anderhalf uur in de bus en samen luisteren we naar Leonard Cohen. Een liedje, een moment.

Van mijn favoriete Cohen live-album: Lover, lover, lover.

Een Trumpstemmer

Virginia, september 2015. Ik rij vanuit Washington op de I-95 naar het zuiden. Buiten is het warm, weer ruim boven de 30 graden. Het is druk op de brede snelweg. Nummerplaten uit North Carolina en Florida, een enkele zelfs uit Texas.

Voor een break stop ik in Fredericksburg. Al bij het parkeren word ik aangesproken door een kerkganger. Zo vaak zien ze hier geen mensen uit Massachusetts. Massachusetts staat op de nummerplaat en is de staat waar de huurauto vandaan komt. Ik maak een praatje, leg mijn komst uit, en wens hem een prettige zondag. Het is een prettige zondag in Fredericksburg. De hoofdstraat is niet zo uitgestorven als in veel Amerikaanse stadjes, maar heeft een leuke boekwinkel met instagramwaardige inrichting.

ja, leunstoel

De plaatselijke koffiebar heeft een intrigerende naam (Hyperion Espresso) en een intrigerend logo. Ik drink er koffie en zie een onverwachte regenbui langstrekken.

Aan de rivier zit een plaatselijk museumpje. Het is een boerenschuur volgehangen met landkaarten en oude boerenwerktuigen. Een mevrouw ontvangt mij hartelijk en vraagt zich hardop af hoe het kan dat ik zo lang ben. In Nederland valt dat beperkt op, in de VS misschien iets meer. De rivier waaraan het museum staat ligt 10 meter dieper en er staat weinig water in, maar het verhaal gaat over hoe de rivier overstroomd en tot 3 maal toen de brug herbouwt moest worden.

Bij de uitgang roept de museummevrouw tegen een man dat het heel bijzonder is dat ik hier ben, dat ik helemaal uit Nederland kom. En dat ik heel lang ben. De man heeft een gitaarkoffer bij zich. Met een sticker van Trump. Van de verkiezingen hebben we tot dat moment weinig gemerkt. Alleen wat bordjes voor Bernie (Sanders) in Vermont. Ik maak een praatje met de man, ja, ik kom echt uit Nederland en ben een toerist. ‘Welkom in dit rebellenland’, zegt hij en hij vertelt dat zijn grootvader nog in de Burgeroorlog heeft gevochten. Dat het rekenkundig erg onwaarschijnlijk is negeer ik. Bij het maken van een praatje is het krijgen van gelijk vaak niet relevant. De Burgeroorlog is hier nog niet vergeten. De herinnering wordt springlevend gehouden via tal van bordjes en toeristische routes.

‘I feel sorry for your people’, vervolgt hij, terwijl we naar een zebra lopen. Het duurt even voordat ik begrijp wat hij bedoeld. Het is een verwijzing naar het neerstorten van MH17. ‘These Russians, I fight them every day, on the internet’. Bij de zebra ga ik rechtdoor en hij rechtsaf. Ik zwaai en wens hem een fijne dag.

Onderweg naar Ochotsk

Vanochtend, bij het nieuws over Bowie, zocht ik een oud stukje, en kon het niet vinden. Het was nog niet geschreven.

2010. Ik had ‘s ochtends het glorieuze bergmeer van Akan bezocht en was ook aan de voet van een actieve vulkaan geweest. Wat nog te doen met de middag? Meer naar het noorden lag de kuststrook, met als hoofdplaats Abashiri. Daarachter begon de Zee van Ochotsk, een naam die ik uit de atlas kende. Waarom niet? 50 kilometer rijden en ik zou aan de kust zijn. Volgens het boek lag er ook nog een relevant nationaal park met wetlands in de buurt. Dus ik besloot in te stappen en door een naamloos land te rijden. Kaarsrechte wegen met een teveel aan verkeersborden.

SONY DSC

Hokkaido

Hokkaido, het noordelijk eiland van Japan, lijkt weinig op de rest van het land. Er zijn aanzienlijke vlaktes, die pas in de 19e eeuw in cultuur zijn gebracht. Het is een van de dunst bevolkte gebieden met vooral landbouw. De winters met Siberische kou maken het vooral geschikt voor Olympische Winterspelen. Alle bouwsels zijn voorbereid op meters sneeuw.

SONY DSC

Hokkaido

In dit lege land is om onduidelijke reden de maximumsnelheid 50 kilometer per uur. En verkeersboetes zijn hoog in Japan. Langzaam schreed ik voort over lege wegen. Waarom wilde ik eigenlijk de Zee van Ochotsk gaan zien? Wat is Ochotsk eigenlijk? Waarom heet dat ding zo? Om de verveling te verdrijven had ik de autoradio aan. Van Japans is weliswaar weinig te verstaan maar ze draaien ook popmuziek. Bowie zong over Major Tom die langzaam verdween in het eindeloos heelal. Hokkaido leek best op het heelal, op dat moment.

Jaarlijstje 2015

Het jaarlijstje van 2015 is kort en lang tegelijk. Eigenlijk waren er maar twee bepalende albums die ik het hele jaar door luisterde. Waarvan er strikt genomen eentje uit 2014 komt, maar die ik pas op oudjaarsdag 2014 ontdekte. En de andere plaat gemaakt is door een band die vooral bekend was in de jaren ’90. U merkt het, ik ben helemaal bij de tijd.

  1. Blur – The Magic Whip – prima muziek om te zingen als je in de Appalachen bergen aan het beklimmen bent en herrie moet maken om te zorgen dat de bruine beren niet te veel van je schrikken.
  2. The Antlers – Familiars – prima muziek om te luisteren in een omgebouwde Groningse kerk op maandagochtend terwijl je nog snel ontbijt voordat de stad je wegroept uit het ommeland.

En dan al het andere. Albums die een paar maanden bij me waren, maar waarvan nog moet blijken of ze echt jaren meegaan. Enige suggesties:

Nogal goor, dat chloor

Nu ik in Amerika ben drink ik veel cola. Je moet immers ‘s lands gewoonten proberen als toerist. Wel light overigens, want ik hoef niet ‘s lands gemiddelde postuur aan te nemen.

Als je cola bestelt, krijg je extra veel ijs, zodat de cola koud blijft. Maar de ijsblokjes zijn gemaakt van het lokale leidingwater, dat royaal chloor bevat en niet te drinken is. Misschien dat Amerikanen daarom zo graag cola drinken: kraanwater is er niet lekker.

Het punt is: zodra je de cola even laat staan, smelten de blokjes ijs en krijg je chloor-cola. Nogal goor, dat chloor. Maar warme cola is ook niet lekker.

Binnenkort ga ik de Amerikaanse markt veroveren met een nieuw ontwerp, met ijs aan de buitenkant van het glas.

Colaglazen

Alternatieven, zoals ijs op de bodem of in de kern van het glas zijn nog in onderzoek.

Hoe er weer een gat in de markt gevonden werd

Rond 11 uur haalde ik een chocolademelk uit de automaat. Je moet wat als de rest uit de automaat niet te drinken is en de hele dag water is ook zo waterig. Na de lunchwandeling had ik een kauwgompje en dat liet ik – nadat ik snel uitgekauwd was – vallen in het plastic bekertje dat nog op mijn bureau stond.

We nemen vervolgens even pauze in dit stukje en verdiepen ons in datasets, draaitabellen en contracten.

Rond vier uur wilde ik nog wel een bekertje en vanuit milieuperspectief zette ik hetzelfde bekertje in de automaat. Bij de laatste slokken aangekomen vond ik de smaak zo vreemd en trof ik de kauwgom op de bodem.

Het smaakte buitengewoon goed en dus verwacht ik binnenkort nieuwe varianten op chocolademelk. Niet alleen chocola met munt, maar mogelijk ook chocolade karamel, met sinaasappel of kersen is mogelijk. Over de variant chocolademelk met hazelnoten twijfel ik nog in vloeibare vorm.

Carthago

Afgelopen zaterdag bezochten we de tentoonstelling Carthago in het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden. En oude stenen, daar kan je mij over het algemeen wel voor interesseren. Op Sicilië zag ik bij een opgraving al eens een Carthaagse baksteen, die helemaal onderop, in het fundament van een gebouw lag. Dus naar Oudheden.

Grieks, niet Carthaags, maar wel oud.

Grieks, niet Carthaags, maar wel oud.

Het was een tentoonstelling met gemengde gevoelens. Verrassend was de nadruk op de continuïteit: Carthago hield niet op te bestaan na de Punische oorlogen. De Romeinen walsten namelijk alles plat en zaaiden het land in met zout, maar besloten ruim 100 jaar later Carthago te herbouwen. Ruim de helft van de tentoonstelling beslaat de periode van Carthago van na de Punische oorlogen. Een onverwachte invalshoek, waarbij ook onderdelen uit Carthago in de vroegchristelijke periode (400 – 600 AD) wordt meegenomen. Een vraag die ik dan niet beantwoord zag: waarom werd de dominante rol van de stad daarna overgenomen door andere steden? Straks toch even Wikipedia lezen.

En hoewel ‘wel leuk’ blijft toch de indruk hangen dat het een tamelijk conservatieve tentoonstelling was met vooral een opstelling van gebruiksvoorwerpen in vitrines. Glas, sieraden, begraafplaatsstenen, beelden van goden. De tentoonstelling had een enorme verdieping kunnen krijgen met meer kaartmateriaal en illustraties.

Omdat ik de rest van Oudheden nooit gezien had, bleef er nog genoeg anders te zien (Romeinen in Nederland, veel over het oude Egypte, Merovingisch Glas, een kindertentoonstelling over de IJstijd met leuke spelletjes, een overzicht van archeologische vondsten in Nederland). Maar alleen voor Carthago hoeft u niet naar Leiden af te reizen.

De taal spoelt stroomafwaarts

En soms blijft er wat hangen.

*

Ik zag dat ik mailde over 20k en een collega mailde over 20 mille. In geschreven tekst druk ik nooit iets uit in milles, en ook gesproken bijna nooit. Maar schrijvend gebruik ik vaak de K als achtervoegsel – en soms ook de M voor miljoen. Met miljarden heb ik te zelden te maken om daar een afkorting voor te hebben. Het lijkt me Amerikaans, maar vooral ook een internetfenomeen. Ik denk dat ik het voor het eerst zag toen ik Hattrick speelde – makkelijk 12 jaar terug dus.
Wanneer zou zoiets het spraakgebruik indringen?

*

In deze dagen van Twitter en WhatsApp is er leestekeninflatie. Berichten gaan al snel gepaard van een uitroepteken, smiley of vraagteken.
Zo langzaam aan zie ik dat ook steeds meer mijn mails in sluipen. Alles moet net iets harder gezegd worden, alsof woorden niet krachtig genoeg zijn van zichzelf.

Waarom er een feest moet komen in September

Vanaf september ligt er Sinterklaasspul in de winkel.
Dan gaan we begin januari driftig lijnen maar zijn er al snel weer paaseitjes, die ons in de periode tot en met april voorzien van snaaivoer.
Maar daarna? Daarna ontstaat de grote leegte. Geen bakken in de supermarkt met impulsaankoopsnoep.
Dus in september moet er een feest komen, maakt niet zoveel uit wat er gevierd wordt, als er maar chocolade geserveerd kan worden tussendoor.

« Older posts

© 2017 filmvanalledag

Theme by Anders NorenUp ↑