Brooklyn. We springen op de oranje lijn. Nog eenmaal het piepen en kraken van de treinstellen van de New Yorkse subway. Op Washington Square, door een geluk, meteen op de blauwe lijn overstappen. Naar het gebouw van de Port Authority, wat volgens zeggen een chaotisch gebouw is. Het lijkt wel mee te vallen, al is het wel een lange ondergrondse wandeling. We zijn exact op tijd om onze rugtassen in de bus te zetten en in te stappen.

In Bill Bryson’s reisboek The Lost Continent: Travels in Small-Town America, wat verder een saai boek is met flauwe grappen, beschrijft hij dat niemand in Amerika de Greyhound bussen gebruikt, behalve zij die niet meer kunnen betalen, en een jong Deens stel dat op een budget door de VS reist. Misschien waren wij dat stel, behalve dat we niet uit Denemarken komen. Greyhound beviel me wel – redelijk snel, comfortabel, en dan krijg je tegenwoordig ook nog wifi cadeau.

Als je New York eenmaal uit bent belandt de bus op de interstate naar Boston, en hoewel op kaart een suburbaan gebied, zie je daarna vooral bomen, en snelweg. Halverwege Boston maken we een tussenstop. Ik ben vergeten of het bij een McDonalds of bij een Burger King was. Terug in de bus zet ik mijn iPod aan. Nog anderhalf uur in de bus en samen luisteren we naar Leonard Cohen. Een liedje, een moment.

Van mijn favoriete Cohen live-album: Lover, lover, lover.