filmvanalledag

roestig weblog

Tag: boeken (page 1 of 2)

Bij het lezen van Lazarillo van Tormes

463 jaar geleden verscheen in Spanje een boekje genaamd Lazarillo van Tormes: Een schelmenroman. Het is een dun boekje: de Nederlandse vertaling telt zo’n 90 pagina’s in klein formaat. Lazarillo groeit op als weeskind in Spanje en heeft gedurende het boek verschillende ‘meesters’ die hem allemaal op hun eigen wijze, maar toch niet erg goed behandelen. De auteur van het stuk is onbekend. Waarschijnlijk is het stuk bewust anoniem gepubliceerd, omdat er nogal wat kritiek op kerk en maatschappij in het boekje zitten.

Maar het punt dat ik na het uitlezen van het boekje wilde maken: de geweldige hoeveelheid rafelranden die we niet gewend zijn.

‘En ikzelf kon zijn gedraaf ook niet bijhouden. Daarom en om wat andere dingetjes die ik niet vertel ging ik bij hem weg’

Zo’n zin vraagt om minstens twee pagina’s uitleg. Niets van dat, op naar het volgende hoofdstuk. Op andere plekken is de auteur juist zeer uitgebreid. Het laat een hoop te vragen over. Achter dat zinnetje kan zoveel meer verborgen zitten.

Helaas kan ik even niet terug naar 1554 om de auteur om uitleg te vragen.

3191 jaar terug

Vorig weekend was een goed moment om een stapeltje boeken te kopen. Ondertussen ben ik anderhalf boek onderweg. Het eerste dat ik las was 1.177 v Chr: het einde van de beschaving. Over hoe in de bronstijd de beschaving in het Nabije Oosten instortte, ruim 3.000 jaar terug.

Cline leidt de lezer in soepel tempo langs 400 jaar heersers en kleitabletten in Griekenland, Turkije, de Levant en vooral Egypte. Iets dat een fascinerend beeld geeft van mensen die bijna allemaal vergeten zijn (alleen Toetanchamon en enkele collega farao’s zullen nog op enige naamsbekendheid kunnen rekenen, maar dat is vooral te danken aan Hollywood en de vernoeming van enkele shoarmazaken naar deze farao’s). De details zijn het mooiste: het waren net mensen, in die tijd.

Net als bij mijn bespreking van Van Abraham tot Jezebel: je hebt voorstellingsvermogen nodig om er iets van te maken. Dat doet Cline op een toegankelijke manier, maar misschien hij is te veel gefocust op zijn centrale vraag waarom de beschaving instortte rond die tijd (zie wiki voor een korte omschrijving van de meest genoemde oorzaken). Hoewel hij enige aandacht besteed aan interessante anekdotes, hadden er daar van mij nog veel meer in gemogen.

Daarmee laat het boek ergens iets ontevredens achter: geschreven bronnen uit die periode zijn beperkt (ondanks duizenden kleitabletten en hyrogliefen) en archeologie treft maar een klein deel van de resterende spullen aan. Bovendien graven archeologen door 3.000 jaar geschiedenis heen in landen waar ook nu weer de beschaving op haar grondvesten trilt. Er blijft niet al te veel over, en dus is het bezoek aan het toen vergeven van mitsen en maren.

De beste muziekverhalen van 1945 tot nu

De jaarlijkse Deventer Boekenmarkt leverde een forse stapel op, waaronder De beste muziekverhalen van 1945 tot nu, een compilatie van Leon Verdonschot. Duizendacht pagina’s uit Nederlandse en Belgische kranten en tijdschriften. Enkele recensies maar vooral achtergrondverhalen bij de muziek, waarbij ‘tot nu’ moet worden uitgelegd als ‘tot 2008’. Althans, bij mijn weten brengt Verdonschot geen jaarlijkse erratum uit.

Een heerlijke bundel met verhalen die je bijblijven en die uitnodigen tot het luisteren naar muziek, en het ontdekken van nieuwe muziek. Al had ik het bij het vierde verhaal over Herman Brood wel gehad met de doorlopen speed gebruikende levensartiest. Het viel te verwachten, maar het boek is een goede introductie in het sex, drugs en rock’n roll bestaan.

Juist bij een verzameling die zo’n tijdspanne bestrijkt, lees je artikelen in de context waarin ze geschreven werden. Althans, dat zou je doen als bij artikel een tijdschrift en een jaartal zou staan, maar die zijn enkel te vinden in een overzicht achterin het boek. Ook een alfabetisch register op artiest/band had een leuke toevoeging geweest. Maar dat zijn kleine punten bij een boek dat de aanschaf (tweedehands) zeker waard is.

1Q84

Dit weekend, maar vooral gisteravond, las ik Murakami’s 1Q84 uit. Het verschilt per uitgave, maar mijn versie was 1.318 pagina’s dik. Het zal niet zijn beste boek zijn, maar het bevat wel alle elementen die typisch zijn voor Murakami: toegang tot parallele werelden, Tokio, dieren, Japans eten, personen die vanuit een rustig leventje in een avontuur belanden, muziek en literaire verwijzingen. Het is vooral wat te lang, dit had ook wel in iets minder pagina’s gekund.

Maar wel een reden voor Japannostaligia. NRC schreef over een kunstvideo waar zo’n 7 uur achteruit door Tokio gewandeld wordt. Na 1Q84 wil ik ook weer naar Tokio. Sowieso wel hoor.

Maar aangezien dat duizenden kilometers weg is, dan nog maar eens een foto.

Railway station in Tokyo

Uitstapjes naar de IJzertijd

Aangezien ik gestrand ben in 1Q84 koop ik gewoon weer nieuwe boeken. In de ramsj kwam ik een boekje tegen dat ik eigenlijk een paar jaar terug had willen lezen. In van Abraham tot Jezebel vertelt Klaas Vansteenhuyse over archeologische vondsten die passen in het tijdsgewricht van Oude Testament (3000 v Chr. tot 600 v Chr). In hoeverre zijn de verhalen van Abraham, Mozes en David terug te vinden in opgravingen?

Eind 2009 stond ik in Beit She’an in wat nu Israel is op een heuveltop tussen de ruïnes uit de IJzertijd. Er hing een bordje met verwijzing naar Koning Saul en een verwijzing naar het Oude Testament.

beitshean

Uitkijkend over de Jordaanvallei was het best voorstelbaar om op deze heuveltop te wonen en uit te kijken naar de bewegingen van de andere stammen aan de andere kant van de vallei. Je kan er tegenwoordig ook met Google Streetview rondlopen. Er liggen ook nog Romeinse en Byzantijnse ruïnes naast. En het is er lekker zonnig, handig om de februaristorm van vandaag te vergeten.

Maar zijn dat soort steenhopen nu echt terug te voeren op de verhalen uit het Oude Testament? Vansteenhuyse beschouwt het kritisch en laat zien dat er vele lacunes en tegenstrijdigheden zijn. Geschreven tekst en archeologie sluiten zelden aan. Anderzijds: door het diffuse beeld komen wel elementen van herkenning door. Onderdelen zijn herleidbaar, Een leuk boekje, en het leest in een avond uit. Kaart en beeldmateriaal zou beter kunnen, maar voor iedereen die geïnteresseerd is in oude geschiedenissen een leuke aanwinst.

Uit: the Sleepwalkers

Voor de belachelijk schappelijke prijs van 11 euro levert Penguin the Sleepwalkers van Christopher Clark. In deze ruim 500 pagina’s – exclusief voetnoten – levert de schrijver een verslag van de diplomatiek aanleiding van de Eerste Wereldoorlog. Hoe kon een burenruzie uitlopen op een oorlog tussen alle Europese grootmachten?

*

Het is ingewikkeld, is wat Clark laat zien. Veel personen met dubbele agenda’s en niemand met het totaaloverzicht. Veel reageren op basis van veronderstellingen en angst. There is no smoking gun – geen hoofdschuldige aan te wijzen, volgens Clark. In plaats daarvan geeft hij alle partijen een deel van de schuld.

*

Ook het noodlot heeft zijn rol. De chauffeur van Franz Ferdinand wordt niet op de hoogte gesteld van een wijziging in de route en reed daardoor een verkeerde straat in. Omdat de auto geen achteruitrijoptie had (het is 1914 tenslotte) moest de auto achteruit geduwd worden. Op dat moment kon Gavrilo Princip, die min of meer toevallig op dat punt stond, met zijn revolver toeslaan en de erfopvolger van Oostenrijk-Hongarije vermoorden. De aanleiding voor WO I was geboren. De oorzaken waren er al veel langer.

*

Dat is een van de vele anekdotes, die de oorzaak meer maakt dan een van louter -ismes (militarisme, imperialisme, nationalisme). De veelheid aan personen maakt dat dergelijk abstracte begrippen op hun plaats vallen, maar ook veel meer nuances vertonen. Een personenlijst en tijdlijn hadden een goede toevoeging geweest aan het boek.

Evenals dat de veelheid aan personen goede ingredienten zouden vormen voor een Europese dramaserie. Maar die zal er voorlopig wel niet komen. De Europese Commissie besloot geen herdenking te organiseren voor WO I. Te ingewikkeld, je gaat altijd wel op iemands tenen staan. Als dat al niet lukt, dan zal een succesvolle serie al helemaal lastig zijn.

*

Dit is een zeer leesbaar boek, dat een ingewikkeld periode toegankelijk maakt.

Uit: Butcher’s Crossing

Vandaag las ik Butcher’s Crossing uit, een van de andere romans van John Williams, die met Stoner postuum doorbrak in het afgelopen jaar.

*

Een roman in Kansas en Colorado, in de 19e eeuw, in de tijd van de bisonjacht. Het stadje Butcher’s Crossing dankt zijn bestaan aan een economisch systeem dat drijft op het afschieten van bisons en verkopen van de huid. De nieuwkomer Will Andrews, afkomstig van de Oostkust, arriveert er met een doel: het echte leven leren kennen. En dus gaat hij mee de bergen van Colorado in, om bisons te jagen.

Nederland is geciviliseerd landje waar wilde natuur niet bestaat en het meest gevaarlijke dier vermoedelijk een niet aangelijnde hond is. Mythes over de kolonisatie van land met bruut geweld daar doen we niet aan. De sprong naar 19e eeuws Amerika is groot. En waar ik me voor kan stellen dat Williams in 1960 in de VS iets los kon maken door in een boek als dit de zinloosheid van het ongeremd doden ter discussie te stellen, is dat hier anders. Jacht is  bijna taboe.

(Verder is het verschil minder groot hoor. Geen jacht, maar wel bioindustrie en geimporteerd bont. Niets verandert).

*

Het verhaal zit vol van details. Eten (gedroogde zoute bonen met bacon) wordt tot in detail beschreven, bij herhaling, totdat de herhaling je net zo tegen zit als de mannen die dit dieet werkelijk volgenden. 

*

Het verhaal is lineair. Geen meerdere perspectieven, geen noemenswaardige flashbacks. Gemakkelijk in een dag te lezen. Pageturner. Maar ook niet echt verrassend: plotwendingen laten zich wel vaak aan zien komen. Een fijn boek, zeker omdat ik weinig las over het Wilde Westen, maar ook niet de 5 sterren waard die NRC gaf.

Zwart

Aangezien ik momenteel twee dagen met de trein naar het werk ga, heb ik meer tijd om boeken te lezen. Ondertussen las ik De verjaardagen van Hanneke Hendrix, Publiek Vastgoed van Marc van Leent en Vanished Kingdoms: The History of Half-Forgotten Europe van Norman Davies.

Op een ochtend stond ik voor de boekenkast, op zoek naar die Hermans met die zwarte kaft die ik pas had gekochter al weer even stond. Hoe ik ook keek, ik kon het boek niet vinden. Het nadeel van openbaar vervoer is dat je op tijd moet zijn, verondersteld dat je vervoersmiddel ook op tijd is. Het concrete gevolg van dit principe was dat ik mijn Hermans niet kon vinden zonder de trein te missen.

Bij nadere inspectie bleek het boek blauw te zijn, maar dat soort veronderstellingen kloppen bij Hermans wel vaker niet.

Pulp

Donderdagavond las ik het laatste stukje van Huwelijksgeluk van Tolstoj uit. Of, om eerlijk te zijn, ik ging er diagonaal doorheen want zoveel energie voor dat verhaal had ik niet.

Eigenlijk was het heel erg waar wat niets.dan.vuur diezelfde avond schreef, over dat je je soms afvraagt waar de dagen gebleven zijn. Dat ze gevuld zijn met autoritten en telefoontjes en regelen, regelen, alles moet geregeld worden. Het leven is immers een schaakbord waarop 7 zetten vooruit geschaakt moet worden. Gelukkig herken ik bepaalde stellingen al.

Het volgende boek lag klaar (de Nieuwe Man van Thomas Rosenboom), maar na een hoofdstukje besloot ik dat dit nog wel even mocht blijven liggen. Non-fictie, of iets laagdrempeligs had ik nodig.

Omdat ik geen zin had om te wachten op een nieuwe aflevering van Game of Thrones, besloot ik het boek te kopen. Vijf boekwinkels verder trof ik de pocketeditie in de Stationsbruna. Met een prettig herkenbare pulp-voorkant.

Ondertussen ben ik er achter dat dit eerste boek uit de serie ongeveer overeenkomt met de afleveringen die ik al gezien heb, en dien ik zeker 800 pagina’s te lezen tot ik nieuwe verhaallijn tegenkom. Als ik een beetje doorlees moet het lukken om voor het einde van het seizoen de tv-serie ingehaald te hebben.

Aldus. Als ik hier niet zo veel schrijf, weet u nu hoe het komt.

Terug naar de stad Amsterdam

Sommige geografen kijken al jaren jaloers naar historici als Geert Mak, Maarten van Rossum en David van Reybrouck, die met samenhangende verhalen een groot publiek weten te bereiken en weten te interesseren voor hun vakgebied. Waarom, vragen zij zich af, zijn er geen geografen die met een dergelijke grote greep het publiek voor hun vak interesseren?

Terug naar de Stad van stadsgeograaf Jos Gadet is een titel die de stadsgeografie voor een groot publiek toegankelijker maakt. Gadet schreef een boek over de ruim dertig jaar dat hij in Amsterdam woont en werkt. In die tijd veranderde Amsterdam van een plek waar weinigen wilden wonen naar de populairste stad van het land (in prijzen uitgedrukt dan). Gadet voorziet alle ontwikkelingen van uitleg en kritische opmerkingen. Verschillende kenmerkende straten in Amsterdam zijn het startpunt voor 7 hoofdstukken waarin het stadse leven wordt beschreven. Dat is bijzonder, want de meeste boeken die over steden worden geschreven zijn reisgidsen met een beperkte reikwijdte of nostalgische boeken vol zwart wit-foto’s. De hang naar nostalgie weet Gadet grotendeels te voorkomen.

De hoofdstukken struinen in een prettig hoog tempo langs theorieen, lokale situaties en persoonlijke anekdotes. Wie iets over de stad wil vertellen, moet er zelf deel van zijn. En dat is een verfrissende werkwijze in de geografie, waar de lijdende vorm gangbaar is en een grote voorkeur bestaat voor statistieken. Het enige alternatief wat daar tegenover staat is de marketingtaal van vastgoedontwikkelaars en ruimtelijke ontwikkeling.

Voor de ‘geinteresseerde leek’ is dit een prima verhaal over de stad Amsterdam en de manier waarop Amsterdam functioneert. Goede kennis van Amsterdam helpt wel, gezien de grote hoeveelheid plaats- en straatnamen. Of Google Streetview erbij houden tijdens het lezen.

Hoewel ik enthousiast ben over de werkwijze, zijn er behoorlijk wat onderdelen waar Gadet kort door de bocht gaat. Hij heeft nogal wat kritiek op de Westelijke Tuinsteden, Zuidoost en Almere. Kritiek die nogal overkomt als ‘achteraf’, en die vooral weinig ingaat op alternatieven. Het lastige aan planologie / stedenbouw is dat het maar één keer kan: de ruimtelijke structuur van een stad verandert daarna maar heel langzaam. De keuze om Almere uit te laten groeien tot een stad van 190.000 inwoners in 2012 is een keuze met duidelijke nadelen. De eerste vraag die je daarover kan stellen is of iemand ooit ergens expliciet die keuze heeft gemaakt (nee, dat is een proces), en de tweede, veel belangrijker vraag is: wat was het alternatief geweest? Hoe had de regio Amsterdam eruit gezien als het zich volgens de ideeen van Gadet had ontwikkeld? Elk antwoord daarop is speculatief omdat de geschiedenis nu eenmaal zo is gelopen, maar gezien de hoeveelheid kritiek van Gadet zou zo’n what-if-verhaal wat verder uitgewerkt kunnen worden.

Leukste en meest toepasbare idee vind ik het 180-graden-moment: het punt in de stad waar je een breekpunt ervaart tussen twee verschillende bouwperiodes en tussen twee verschillende ideeen over hoe de stad gebouwd moet worden. In Utrecht heb ik er ondertussen ook verschillende benoemd. Hier is er eentje. Kunt u ze ook aanwijzen in uw stad?

Older posts

© 2017 filmvanalledag

Theme by Anders NorenUp ↑