Haasse

In toenemende mate heb ik de neiging stukjes te willen schrijven bij actuele gebeurtenissen. Dat is tegen de intentie van dit weblog in. Immers, iedereen kan al over actualiteiten schrijven. Het gaat er juist om dagelijkse zaken dusdanig op te schrijven dat de lezer zich er in herkent maar desondanks geraakt wordt door het verteld. Enfin. Tot zover de theorie.

Een paar weken geleden in Amsterdam. Ik stap een kantoor binnen, rond half tien. Ik vertel dat ik een afspraak heb en mag even wachten aan tafel. Op tafel ligt de Groene Amsterdammer. Fijn blad, dat ik dit jaar een paar weken gratis mocht lezen dankzij een proefabonnement via broekhuijsen, maar net iets te intellectueel om er ook nog bij te lezen. Maar wel een goed teken - de Groene ligt niet op veel leestafels. Ik blader even en tref een interview met Hella Haasse. Het treft me dat ze, 93 jaar, nog altijd rake dingen zegt en zelfs opmerkingen maakt over actuele ontwikkelingen als Twitter. Mooi mens. Zou ik meer boeken van moeten lezen, vermoedelijk heb ik niet meer dan 3 of 4 titels van haar gelezen. Maar er is al zoveel te lezen.

Mijn gesprekspartner haalt me op en ik begin aan een drie uur durende vergadering. Diezelfde dag maak ik een aantekening in Evernote dat ik er een stukje over zou moeten schrijven. Mijn Evernote loopt over van halve ideeen voor stukjes, zoals de vraag of Snoop Dog nog langer op moet treden of iets over kerkorgels in drie afleveringen.

Tja. Vanaf vandaag is het te laat dat stukje nog zomaar te schrijven.

Het betreffende interview in de Groene is hier na te lezen

Zijn en tijd

Alles dat bestaat is het nu schijnt een stukje Boedhistische houding te zijn. Hoewel ook andere kenners zich er over uitgelaten hebben, zo schreef Augustinus ook over de tegenwoordige tijd die in een stip voorbij gaat.

Dat dacht ik dus maar tijdens de Singelloop afgelopen zondag, tussen kilometer 7 en 9 door het Wilhelminapark.
Er is alleen nu.
Er is alleen achter de vorige loper aanlopen, en dat tempo vasthouden.
En me afvragen wanneer ik durf de sprint in te zetten, om te versnellen in het zicht van de eindstreep.

Pas 500 meter voor het einde, met zicht op de streep, versnel ik. Dat is 100 meter fijn omdat het een andere beweging is dan de 9.500 meter daarvoor, maar 400 meter minder fijn. Toch lukt het het tempo vol te houden en bereik ik de finish. Achteraf betekent dat ik misschien wel eerder had kunnen gaan sprinten.

Maar in het wachtvak na de finish lijkt dat compleet irrelevant. Langzaam passeert de meute de uitreiking van medailles en sportdrankjes, waardoor ik met enkele honderden uitgewoonde gezichten rondom me staan te wachten voordat ze verder kunnen. De omroeper roept om. De muziek speelt. Speakers die brullen. Aan de kant mensen, er moet een ambulance langs. Het zweet druipt. De wind koelt spaarzaam de mensen. De familieleden staan buiten de hekken met bloemen te wachten. Een slimme bloemenverkoper heeft een eind verderop een kraam neergezet.

Maar er is alleen nu en de menigte stapt langzaam verder. Ook ik krijg een medaille en een blikje sportdrank, en nog een blikje sportdrank. De schijnbaar lange terugtocht naar de kraam waar mijn tas klaarligt met nog een liter water.

Het nu verstrijkt als een stip door de dag en het wordt avond en ik lees op destadutrecht.nl over een sterfgeval tijdens de Singelloop. Vandaag kreeg de dode ook nog een naam door een bericht in een vakblad.

Alles is nu. Maar soms blijkt nu achteraf toch wat anders.

Beloofd stukje over waarschuwingslampjes

Zo. Even over een potje living on the edge vandaag.

Ik reed naar Dordt en omdat ik al laat was zou ik wel tanken nadat ik op mijn afspraak was geweest. Met een een waarschuwingslampje reed ik de parkeerplaats op (waar ik nota bene een waarschuwing kreeg wegens foutief parkeren, maar geen bon. Dat is ook weer aardig).

En tijd verstreek.

Aan het einde van de middag rebootte ik de auto om weer naar huis te gaan. Ploink. Lampje. Oh ja. Ik had geen zin door de stad te dwalen op zoek naar een benzinestation, dus ik reed meteen de ring op. Airco uit. Radio uit. Lichten uit. Gedoseerd optrekken. Raampje dicht voor optimale stroomlijning. Niet harder dan negentig rijden. Ik heb al flink geoefend voor de wedstrijd die op het bedrijf is aangekondigd om de meest zuinige rijder te selecteren.

File en de wetenschap dat dat benzinestation nog twintig kilometer weg was.

Maar het benzinestation kwam in zicht. De auto voelde zich als een woestijnreiziger die een oase tegenkwam, hoewel het natuurlijk de vraag is of auto's over gevoelens beschikken.

Er was iets raars. De benzine leek op. Er kwam niks uit de slang. Meer mensen hadden er last van dus ik liep naar het winkeltje. Het bleek dat vanwege een pinstoring alle pompen waren dichtgezet. Gelukkig had ik nog 15 euro cash bij me, waarna ik wel een beetje mocht tanken.

Bij de volgende pomp ben ik maar weer gestopt om de rest van de tank vol te stoppen. De mevrouw van de kassa heeft ook net een pinstoring meegemaakt en dat dat maar stressen was, zo'n gebeurtenis.

Nu ontbreekt aan dit verhaaltje nog een moraal en die is er ook niet echt behalve dat het maar raar is eigenlijk zo'n pinstoring dus enzo toch echt wel.

Spreekwoorden van de houtzagerij

Tussen de stellingen bij de bouwmarkt zocht ik een mooie plank uit. 2 Meter 24 bij 1 meter 12. Het fijne aan de bouwmarkt is dat ze plank voor je op maat kunnen zagen, razendsnel en preciezer dan je met de hand kan doen.

Het karretje, dat volledig werd bedekt door de plank, duwde ik naar de zagerij, achterin de zaak. Hoe verder je de bouwmarkt inloopt, hoe ruwer de zaak wordt. Vooraan staan de verven en de ophanglampen. Het middenstuk wordt gevuld met ijzerwaren, gereedschap en badkamermeubilair. Na de keukenbladen en schuttingen kom je in het laatste pad bij de gipsplaten en beton. Als je de bouwmarkt 90 graden zou kantelen zou je een huis hebben: eerst ruwbouw, dan afbouw, dan inrichting.

Bij de zagerij was niemand aanwezig. De servicebalie riep iemand om. Ik keek vijf minuten rond tussen de gipsplaten en de betonsoorten. Een exotische wereld.

Toen kwam er iemand van de zagerij. Ik overhandigde het briefje met maten van de onderdelen. Lastig. Ik wilde namelijk 8 onderdelen uit een plaat laten zagen. De man van de zagerij dubde even, vond mijn aantal versnijdingen niet economisch, en besloot dat 'ie toch maar ging beginnen. We tilden de plaat de zagerij in. Hij pakte zijn opdrachtbriefje en zei iets dat ik niet goed begreep: 'We gaan naar Rome en wat stoppen we in de tas met eten?' Aanvankelijk negeerde ik het maar toen hij de vraag herhaalde en me vragend aankeek antwoordde ik 'Niets, er is voldoende goed te eten in Rome'. 'Haha, jij bent scherp vandaag' zei hij en verdween in de zagerij.

Mijn plank werd in totaal 15 stukken gezaagd, 8 volgende plan en 7 reststukken. Van buiten de zagerij keek ik toe en vroeg me af wat dit voor spreekwoord zou kunnen zijn.

Vier bier voor de houtzagerij, dat is een opa-grapje (zie ook). Dan houd je je hand omhoog en toon je twee vingers en verbergt de rest. Maar iets over Rome en eten had ik nog nooit gehoord, terwijl ik toch redelijk thuis ben in spreekwoorden & gezegdes. Google geeft geen antwoord.

Dus vanaf nu: 'Naar Rome gaan met een tas vol eten' betekent 'een onlogische, niet economische handeling uitvoeren'?

Uw suggestie van de betekenis hoor ik graag.

Hamster

Met opbergruimte in huis lijkt het net zo te zijn als met files: komt er meer capaciteit bij, dan ontstaat na verloop van tijd het tekort weer.

Graaiers of Redders

'Wie zich in de wereld begeeft, en je moet je wel in de wereld begeven, raakt onherroepelijk in het leven verstrikt. Onwerkelijk idealen veranderen in alledaagse kwesties, het verheven woord wordt schrijnend kwetsbaar vlees.' is een van mijn favoriete citaten uit Bas Heijne's bundel de Werkelijkheid.

Dat schoot me te binnen toen ik vanmiddag het boek Graaiers of Redders van Willemijn Dicke (Louterlog), Bauke Steenhuisen en Wijnand Veeneman las. De drie auteurs, verbonden aan de TU Delft, schreven een boek over de marktwerking die de afgelopen vijftien jaar in Nederland 'ingevoerd' is. Ze lieten hun academisch jargon achterwege, maar kozen voor duidelijke taal en korte hoofdstukjes. Ook is er gekozen voor een ruime bladspiegel met veel witruimte. Het gebruik van tabellen en grafieken versterkt de leesbaarheid en begrijpbaarheid van de tekst.

In het boek wordt marktwerking in drie sectoren besproken: zorg, busvervoer en energie. Dat maakt het een prettige mix van theorie en praktijk. De begrippen worden kort ingeleid, en vervolgens ligt het zwaartepunt op de verhalen over de sectoren. Het boek bevat tal van anekdotes, die zich uitstrekken van de Haagse praktijk van visies tot de dagelijkse werkelijkheid van verpleegsters, buschauffeurs en monteurs. Daarbij blijkt vooral dat de wereld ingewikkelder is dan ze op papier leek. Er komt iets onvoorziens in de uitvoering, waardoor de marktwerking toch niet optimaal werkt. Dit betekent dat vrijwel iedere betrokkene iets te winnen heeft bij marktwerking, maar ook iets verliest bij marktwerking.

Aanvullend kan de vraag gesteld worden (die verder voert dan dit boek): wijze van organisatie is niet echt de bepalende kracht in sectorale veranderingen, terwijl er wel veel tijd en energie in gestoken wordt. In het geval van de zorg is de combinatie van vergrijzing en technologische ontwikkeling een veel krachtiger beweging in de totale omvang van de zorg. Waren die bussen met lagere instap er niet gekomen zonder marktwerking? Prijzen in de energiesector verschillen vooral omdat de wereldmarkt beweegt, niet omdat er door marktwerking veel efficiënter gewerkt wordt. Het systeem, kortom, is niet het belangrijkste thema. Vanuit 'het systeem' lijkt nauwelijks te worden gekeken naar de grotere 'trends' die de samenleving beïnvloeden. Natuurlijk was het boek dan twee keer zo dik geworden, maar ook interessanter.

Toen ik de hoofdstukken over de drie sectoren doorlas, die gevuld zijn met anekdotes, ontbrak af en toe het overzicht, maar in het concluderende hoofdstuk wordt dat ruim goedgemaakt door zelfs een tabel met conclusies op te nemen. Kortom, wie een goed leesbaar boek wil hebben met een veelheid aan invalshoeken over een actueel thema, kan hier goed terecht. Jammer genoeg is de conclusie toch weer de bekende 'sociale wetenschappen'-conclusie: het thema is complex. Maar uiteindelijk is de wereld ook te complex om papier te beschrijven.

Handschrift

Langzaam begint het effect van een tweede witbier me duidelijk te worden. Alles wordt losser en langzamer. Terwijl M. vertelt over negentiende-eeuwse Amerikaanse schrijvers gaat ze zitten aan een tafeltje rechtsachter op dit terras.

Ze heeft een lichte huid en is niet bijzonder mooi, misschien wat gewoontjes in haar vormen. Als ze haar kleren er niet op uit zou zoeken, zou ze niet opvallen in de stad. Ze draagt een blauw jurkje dat uit de tweedehandswinkel komt en felgekleurde sneakers. Een stapel romans, met een sticker van de bibliotheek erop. Ze pakt een opschrijfboekje uit haar tas en een rode vulpen en begint te schrijven. Een handschrift met kleine letters dat alle regels van het boekje vult. Er blijft weinig witruimte over.

Ze bestelt een cappuccino.

Ik vraag me af welk deel van ons gesprek in haar verhaal is beland. Of waar ze anders over schreef.

 
 

© 2003-2011 | rss | atom | contact | gebouwd met Pivot X en 960