‘En, Pjotr, nog niets te zien?’ vroeg op 20 mei 1859 een heer van iets over de veertig die blootshoofds, in een bestofte jas en een geruite broek een herberg aan de rijksweg uit kwam, op het lage stoepje aan zijn knecht, een jonge kerel met bolle wangen, wittig dons op de kin en kleine glazige oogjes.
Decor, decor, alles voor een beetje decor. Een Russische roman uit 1862. Vaders en Zonen van Ivan Toergenjev stond op het lijstje van de leesclub.
Bovenstaande zinnen zijn de eerste zinnen uit een roman waar twee vrienden terugkomen van hun studies in St. Petersburg. Terug naar het eeuwige platteland van Rusland, waar de adel op kleine landgoederen zit en de lijfeigenen ploeteren. Rangen en standen zijn bepaald. De twee vrienden keren terug naar hun families, om aan de rest van hun leven te beginnen, maar zijn beïnvloed door de nieuwe ideeën. Bazarov is een nihilist, zijn vriend Arkadi volgt hem daarin.
Nieuwe ideeën leiden op het platteland tot wrijving. In 200 pagina’s bevat het boek de botsing tussen de jonge en oud generatie, tussen nihilisme en romantiek, tussen adel en niet-adel. De twee trekken in het boek van salon naar salon om hun nieuwe ideeën te bepleiten, maar de vraag is wat er werkelijk van over blijft. En is de liefde werkelijk onmogelijk, zoals het nihilisme voorschrijft?
Het notenapparaat achterin helpt met het overbruggen van 160 jaar van hier naar toen. Het boek stikt van verwijzingen naar andere romans uit de 17e en 18e eeuw. Tegelijkertijd blijft bij mij de vraag: hoe goed weet ik die afstand werkelijk te overbruggen? Hoeveel onderhuidse verwijzingen snap ik niet?
Een mooie roman, de moeite waard.

Fediverse Reacties