De laatste grens (1)

Athene, dat is sjofel. Een beetje stoffig en dorps. Maar wie zoekt kan er vinden wat hij nodig heeft. Boekwinkels and such, zelfs met Engelstalige titels. Ik vertrok tegen tien uur ’s ochtends naar het station. Sprak daar nog met een Albanees, althans met handen en voeten en vertrok om half twaalf met de trein uit Athene, naar Thessaloniki.

Er is oneindig veel Grieks landschap, droog en dor, grijs en gerimpeld als het gezicht van een oude man. Vergelend. Het regent er te weinig. De dorpen zien er ploeterend uit. Wat wel moet, vermoed je, want in zo’n landschap krijgt alles maar net genoeg leven om er te blijven. Stug en gedrongen verdedigt alles z’n plaats.

Thessaloniki is een onbetekenende tussenstop. De trein arriveert er om half zes. Ik loop kort rond en kies een hotel dat er goedkoop uitziet. Twee deuren verder zit een stripclub. Je hoeft je niet af te vragen waarom er zo’n goedkoop hotel op deze plaats staat. Een win-win-situatie, heet dat. Het hotel lijkt uitgestorven. Maar het biedt een schoon bed aan een vermoeide reiziger.

’s Avonds wandel ik door Thessaloniki. Langs de hoofdstraat, waar auto’s in vier banen breed rijden, zonder oponthoud. Er zitten wat snackbars, waarvan ik bij een eet. Thessaloniki is een grote stad, als je kijkt naar het aantal auto’s en de grote van de gebouwen, maar bezienswaardig is ze niet op een avond in november. Ik slaap vroeg, na alle kanalen op de televisie te hebben afgezapt.

(wordt vervolgd)


Comments

Eén reactie op “De laatste grens (1)”

  1. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat u niet bepaald in een vakantiestemming verkeert, ondanks de niet alledaags lokatie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *