roestig weblog

Category: Uncategorized (Page 3 of 8)

Jaarlijst (2014)

De muzikale jaarlijst van 2014; tweede kerstdag leek me een mooi moment die te publiceren. Alle genoemde albums zijn ook te vinden via deze lijst op Spotify.

1. The War on Drugs – Lost in the Dream

Al een tijdje ben ik overal rond aan het bazuinen dat The War on Drugs de beste plaat van het jaar heeft gemaakt.

In Maart kwam ik hun nieuwe album op de luisterpaal tegen, en omdat hun naam me wel iets zei, besloot ik het eens te gaan luisteren. Het sloeg in als de bliksem, en ik heb lang gedacht wat dit nu is; de juiste combinatie van jaren ’80 (denk Springsteen, Rod Steward, een album lang Don Henley’s Boys of Summer, Bob Dylan) met een scheut shoegaze er bij. Terwijl vorig jaar Kurt Vile op het lijstje kwam, staat daar nu dus zijn oude band erbij. Ik ben benieuwd wat 2015 biedt uit deze hoek.

2. Elbow – The Takeoff and Landing of Everything

Een groeier. Misschien wel nog beter dan hun doorbraak The Seldom Seen Kid. Zie mijn eerdere stuk What a perfect waste of time

De rest

Het probleem bij het samenstellen van deze jaarlijst was de breedte. De eerste twee plekken waren volkomen duidelijk, maar daarna werd het twijfelachtig. Welke dingen zijn jaarlijstwaardig? Later nog een stukje over de mogelijke invloed van Spotify op luistergedrag, maar nu alleen de beste titels.

  • Conor Oberst – Upside Down Mountain
  • Mogwai – Rave Tapes
  • Damien Rice – My Favourite Faded Fantasy
  • Beck – Morning Phase
  • Temples – Sun Structures
  • Goat – Commune
  • Blaudzun – Promises of No Man’s Land

Het voorprogramma

Toen ik de klapdeuren doorging zag ik dat het voorprogramma al begonnen was. Twee man stond op het podium. Ik zag D. en N. niet staan, dus besloot aan de rechterkant van de half gevulde zaal te kijken en liep rechts, achter het geluid langs. Daar stonden D. en N., ik zei ze gedag en greep daarna snel naar mijn oordoppen, want zo’n voorprogramma hoeft mijn gehoor niet te beschadigen.

Vanuit de kou in de warme zaal bekeek ik eens wat er eigenlijk speelde. Ze zullen wel een of ander lokaal bandje bereid gevonden hebben om voorprogramma te zijn, dacht ik. Een man met een gitaar en een man achter een microfoon. Geen drummer? Ze hebben zeker een goede drummachine bij zich.

Aan het einde van de show ging ik hun CD kopen. Heymoonshaker is de (zelfverklaarde) enige beatboxbluesband ter wereld. De man achter de microfoon kan beatboxen op wereldniveau en gecombineerd met een bluesgitarist levert dat een bijzonder nieuw fenomeen. Een beetje een gimmick misschien, maar dat ontdek ik later wel.

De hoofdact haalde het niet bij het voorprogramma, en dat zijn zeldzame momenten voor concertbezoekers.

Een gat in de suiker, een gat in de markt?

Omdat ik de laatste tijd weer wat vaker koffie drink, gaat de voorraad suikerklontjes ook weer iets sneller op.
Twee weken terug kocht ik een nieuw doosje.

suikert

Wat me dan opvalt is hoe onhandig het is om het eerste suikerklontje uit het doosje te halen. Ze zitten zo strak aangelijnd in hun doosje, dat je allerlei capriolen moet uithalen om het klontje op een beschaafde manier te pakken

Voor je het weet vliegt de hele doos met klontjes door de keuken. Als je eenmaal dat eerste klontje hebt gepakt, gaat het overigens wel beter.

Daarom denk ik dat er een gat in de markt ligt: pakjes suikerklontjes waarbij per laag één klontje ontbreekt. Binnenkort start ik een campagne op kickstarter: ‘Sugar cubes minus one’, maar weest u alvast gewaarschuwd.

3191 jaar terug

Vorig weekend was een goed moment om een stapeltje boeken te kopen. Ondertussen ben ik anderhalf boek onderweg. Het eerste dat ik las was 1.177 v Chr: het einde van de beschaving. Over hoe in de bronstijd de beschaving in het Nabije Oosten instortte, ruim 3.000 jaar terug.

Cline leidt de lezer in soepel tempo langs 400 jaar heersers en kleitabletten in Griekenland, Turkije, de Levant en vooral Egypte. Iets dat een fascinerend beeld geeft van mensen die bijna allemaal vergeten zijn (alleen Toetanchamon en enkele collega farao’s zullen nog op enige naamsbekendheid kunnen rekenen, maar dat is vooral te danken aan Hollywood en de vernoeming van enkele shoarmazaken naar deze farao’s). De details zijn het mooiste: het waren net mensen, in die tijd.

Net als bij mijn bespreking van Van Abraham tot Jezebel: je hebt voorstellingsvermogen nodig om er iets van te maken. Dat doet Cline op een toegankelijke manier, maar misschien hij is te veel gefocust op zijn centrale vraag waarom de beschaving instortte rond die tijd (zie wiki voor een korte omschrijving van de meest genoemde oorzaken). Hoewel hij enige aandacht besteed aan interessante anekdotes, hadden er daar van mij nog veel meer in gemogen.

Daarmee laat het boek ergens iets ontevredens achter: geschreven bronnen uit die periode zijn beperkt (ondanks duizenden kleitabletten en hyrogliefen) en archeologie treft maar een klein deel van de resterende spullen aan. Bovendien graven archeologen door 3.000 jaar geschiedenis heen in landen waar ook nu weer de beschaving op haar grondvesten trilt. Er blijft niet al te veel over, en dus is het bezoek aan het toen vergeven van mitsen en maren.

Lobi da Basi

De Volkskrant roept Lobi da Basi van Typhoon uit tot plaat van het jaar. Jaarlijstjes mogen niet eerder gemaakt worden dan een week voor het einde van het jaar maar het is wel een gelegenheid om over Lobi da Basi te schrijven.

Het heeft een tijd geduurd voordat ik kennismaakte met dit album. Op een bankje aan het meer van Schwerin las ik in de beste muziekverhalen het verhaal over de familie, waarin ieder familielid talent heeft. Toen had ik de muziek nog niet gehoord. Het duurde lange tijd voordat ik het album kon vinden op Spotify (er zijn meer artiesten met de naam Typhoon). Maar op een gegeven moment stond het op de telefoon en ging ik iets anders doen.

We move ahead.

Eind september, Singelloop. Een loopwedstrijd van tien kilometer en gezeur met een achillespees. Ik had een koptelefoon op om kilometerstanden, die met GPS worden gemeten, door te krijgen. Een heel vlak schema lopen, dat kan ik wel. Een muziekje erbij stimuleert wel, maar ik had maar een afspeellijstje van een half uur, en ik loop geen tien kilometer in een half uur. Dus na een half uur gooide ik de iPhone verder op shuffle.

Op de Kruisstraat, de busbaan volgend, de hoek van de Biltstraat in zicht, begint iemand teksten in mijn oor te praten over een ontsnappingsgezinde geest. Onder de hardloopendorfine realiseer ik me dat deze muziek de moeite waard is.

Concerning hobbits

In de recensie van de nieuwe Hobbit-film schrijft NRC vandaag dat er wordt nagedacht over verfilming van the Silmarillion. Dat kan toch alleen maar een mislukking worden, lijkt me. Er is al nauwelijks sprake van een coherent boek, meer van een samenstelling van Tolkiens nagelaten geschriften. De moeite, maar dan moet je wel Tolkienliefhebber zijn. Behalve een verhaal rondom Beren en Luthien lijkt me er te weinig Hollywood in zitten. Het probleem: om het liefdesverhaal van Beren en Luthien te begrijpen moet je het complete verhaal van de schepping van de wereld, het maken van de Silmarils en de tocht van de Noldor ook vertellen.

Gelukkig is er satire. Life of the Tiber – een soort De Speld – schrijft Peter Jackson Announces Plans for 72-Part Movie Series of The Silmarillion.

Jackson then unfolded his plan for Tolkien’s The Silmarillion, which begins with a mythological account of the creation of Middle Earth and culminates in the great battles of the Elves during the First Age. “The first film in the series is set to come out in Summer 2016. Then, every two years from 2018 to 2160, the following installment will be released.”

Eerst maar eens deel 3 van de Hobbit gaan zien, deze kerst.

De beklijfbaarheid van Le Guess Who

Momenteel zit ik midden in het jaarlijkse Le Guess Who-weekend. Gisteravond zat ik met M. nog een biertje te doen op Plein 6. Plein 6 is de naam voor het ‘plein’ in TivoliVredenburg, op de zesde verdieping, gelegen tussen de verschillende zalen. Het creëert een soort festivalweide, waar mensen kunnen hangen tussen de concerten, maar dan binnen.

Le Guess Who is mijn ontdekkingsfestival, is mijn stelling als ik mensen uitleg waar ik dan heen ga. Elk jaar tref ik een paar nieuwe namen. Maar in hoeverre is dat waar? Luister ik nu nog steeds naar de dingen die ik toen ging bekijken? M. wist wel een paar voorbeelden te noemen van muzikale ontdekkingen.

Vanmiddag bladerde ik de boekjes eens door.
2009: A Place to Bury Strangers, the Dodos.
2010: Francis, Caribou, Peter Broderick.
2011: Mugstar, Bill Calahan, the Besnared Lakes.

(En dan tel ik de acts die ik al voor het festival kende, niet mee).

Wij beschouwing de stelling als: waar.

Een opvolger voor last.fm?

Als muzieknerd ben ik fan van last.fm. Althans, van hun statistiekjes. Door jarenlang vast te leggen waar je naar luistert – iedere track – ontstaat er je eigen big-data-speeltuin met in mijn geval zo’n 70.000 tracks. Dat is nog niet de helft van wat ik luister, maar het is leuk om doorheen te bladeren.

Maar er komen hoe langer hoe meer scheurtjes in het systeem. Het programma voor de Mac die de scrobbles naar last.fm verzorgt crasht doorlopen (en is al anderhalf jaar niet geüpdatet). Mijn nieuwe stereo speelt heel mooi Spotify, maar stuurt niet en passant die data door naar last.fm. Zo klopt er niets meer van de statistiekjes, en dat kan natuurlijk niet. Maar los daarvan – statistieken kloppen immers nooit – lijkt bij last.fm stilstand achteruitgang. Dus tijd voor een alternatief.

De tijd die ik nu besteed aan het schrijven van dit stukje, had ik ook kunnen gebruiken om op zoek te gaan naar dat alternatief, maar het was tenslotte Nablopomo, dus moest er ook een stukje komen. Dus misschien binnenkort een volgend stukje met het resultaat van de zoektocht.

Nylon of staal

Al weken fiets ik langs de gitaarwinkel en denk: daar moet ik even naar binnen stappen. Maar vaak is dat haastig fietsen, op weg naar iets. Of laat fietsen, op weg naar huis, en is de winkel al gesloten.

Ik heb namelijk een gitaar gekregen van mijn emigrerende zus. Die zij ook weer voor niets van iemand had gekregen, dus het is een echt krijgertje. En hoewel die voor de show in de woonkamer staat, leek het me aardig om te proberen iets te leren. Dus ik wilde een paar plectrums en een capo.

Vanmiddag stapte ik de winkel binnen. Het rook er naar oude eenmanszaken. Veel liefde voor het gitaren, ongetwijfeld veel vakkennis, maar ook een beetje muf. Ik liep een rondje en verteld de man achter de toonbank dat ik een gitaar had gekregen, en nu op zoek was naar wat accessoires. Of ik nylon of stalen snaren had, vroeg hij me. Ik wist het niet helemaal zeker, maar antwoordde nylon. En opgetogen ging ik naar huis.

Bij thuiskomst blijkt deze gitaar voor de helft nylon snaren te hebben, en voor de helft stalen snaren. Dit is vast een grappig feit voor een weblogstukje, dacht ik. Maar mijn gitaarkennis is nog beroerder dan dat, want het hoort gewoon zo. Gitarensnaren.com schrijft:

Bij een “Spaanse” klassieke gitaar zijn de hoge 3 snaren compleet van nylon, de 3 lage snaren hebben een kern van nylon vezels met een wikkeling van metaal er om.

Ahem. Voorlopig zal ik niet doen alsof ik iets weet van gitaren.

« Older posts Newer posts »

© 2020 filmvanalledag

Theme by Anders NorenUp ↑