We liepen door de draaideur naar buiten. Ze merkte op dat het al bijna donker was. Ik beaamde dat, en zei dat ik hier naar rechts moest. En zij moest de andere kant op. ‘Nou, eh, tot ooit’ zei ik. ‘Ja’, riep ze terwijl ze naar links draaide ‘en succes met wat je verder gaat doen!’. We groetten, en gingen allebei een eigen kant op, de drukke avondspits in.

Het duurde lang voordat ik de juiste soundtrack had gevonden bij dit geheel. Afscheid is een raar ding. Ik houd er niet van. Misschien omdat het je te veel wijst op het tijdelijke van alles.