Komende woensdag wordt de Waalse Pijl verreden, met in de finale de zogenaamde Muur van Hoei. Dat is wielrentaal voor een stijle heuvel nabij Luik. Dat is zo’n heuvel die je als normale fietser niet opkomt (vooral omdat een brug over de Utrechtse Heuvelrug zo ongeveer het hoogste is waar je ooit komt). Die wielrenners gaan daar in hoog tempo tegenop. Dan voel je je toch een beetje een simpele ziel, maar gelukkig bedenk je dat die wielrenners er wel het hele jaar van trainen.

Enfin. Vorige week bij Luik, de zogenaamde Trappen van Bueren (althans, zo vertaal ik ze). Nog zo’n soort muur. Over het aantal treden is het internet het niet eens (ik google eens en lees 373, 374, 407, 375, 429, 406 treden, enzovoort). Maar het is een forse trap.

Maar terwijl wij naar boven hobbelden, af en toe foto’s makende om een excuus te hebben even stil te staan, werden we overklast door een man die aan het verhuizen was (?). Die liep een paar honderd treden met haltergewichten. Ik vraag me af wanneer we hem in de Waalse Pijl terug gaan zien.