Het gaat in fases. Eerst bijna geen vlees, maar nog wel kip. Dan geen kip meer, helemaal geen vlees. Maar nog wel vis. Vis verdwijnt. Dan komt er een lange periode van menu’s samenstellen. Na die periode zul je het met mij eens zijn dat het hier zeker geen culinaire verarming betreft. ZEER ZEKER NIET. Zoals je weet rijd ik tegenwoordig in een oude diesel van anderhalve ton. Iemand zei laatst tegen mij dat ik nog steeds meer energie bespaar dan een vleeseter in een Smart. Het kan me eigenlijk weinig schelen. Het kan me ook weinig schelen als er iemand naast me vlees zit te eten. Nou ja, dat is misschien ook niet helemaal waar, maar ik ben zelf enorm blij dat ik al een jaar of tien geen vlees en vis meer eet. Waarom niet? Simpel. Ik vind het zielig. Ik eet geen dieren meer die ooit eens geleefd hebben. En (zoals je gelezen hebt) mag je dat geleefd wel tussen aanhalingstekens zetten. Daar komt nog bij -klop klop klop- dat ik al een jaar of acht niet ziek ben geweest. Houd vol, Maarten, je bent in goed gezelschap. Het mijne. En dat van Jezus. Maar hee; wat is het verschil?