Een meisje, vrouw, of wat er tussen in zit, loopt met een bos rozen te ijsberen over het perron. Gele, oranje en witte rozen houdt ze strak tegen zich aangedrukt. Ze hupt op de maat van de muziek van haar koptelefoon langs de reizigers die op dit uur nog met de metro willen. Mooie bloemen, zeg ik, als ze de bloemen bijna voor mijn neus houdt, maar ze hoort het niet. Niet op deze wereld blijkbaar.

*

Een jongen staat in het midden van de metro bij de deuren en vertelt een verhaal tegen een meisje over een concept dat ze hadden bedacht en iets met het kapitalistische systeem. Zij luistert en drentelt om hem heen onrustig hem af en toe aanrakend.

*

Een man die best lijkt op Frits Bolkestein stapt uit op het Amstelstation. Ik vraag me af of het Frits Bolkesteijn is, maar bedenk wel dat die ook tien jaar ouder moet zijn geworden dus dat het vast niet zo is.

*

Vlak voor de halte waar ik uitstap laat een vrouw een ijselijke gil horen in de coupe, gekweld door onzichtbare belagers. Het is de vrouw met de rozen.