Zoons van zestien

Op het terras bij de nieuwbakken concertzaal zit een man. Hij bestelt een witbier en wacht overduidelijk. Uit de gebouwen brult een dragonder. Alsof je naast een snelweg zit. Ik maak een praatje met hem omdat ook ik op deze zwoele zomeravond op het terras zit. Voor mij een cola light. Over een paar uur zal het gaan onweren, is ons voorspeld. Nu is het nog een langzame warmte. Ik leg hem iets uit, over wat daar binnen gebeurd, over wie daar speelt. Over hoe die muziekstroming geduid kan worden, over de muzikale en de uiterlijke kenmerken.

‘Maar mijn zoon is daarbinnen. Hij is zestien. Ik wist niet dat hij van dit soort muziek hield’ stamelt hij in zijn zachtmoedig Brabants accent. ‘Tja, je bent zestien en je wil wat’ probeer ik om zijn inlevingsvermogen wakker te maken. Hij moet toch ook zelf zestien geweest zijn, ooit. Maar het helpt niet meer. ‘Ik dacht dat ik mijn zoon kende’. Hij leegt zijn glas en gaat een eindje verderop ijsberen.


Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *