Alles dat bestaat is het nu schijnt een stukje Boedhistische houding te zijn. Hoewel ook andere kenners zich er over uitgelaten hebben, zo schreef Augustinus ook over de tegenwoordige tijd die in een stip voorbij gaat.

Dat dacht ik dus maar tijdens de Singelloop afgelopen zondag, tussen kilometer 7 en 9 door het Wilhelminapark.

Er is alleen nu.

Er is alleen achter de vorige loper aanlopen, en dat tempo vasthouden.

En me afvragen wanneer ik durf de sprint in te zetten, om te versnellen in het zicht van de eindstreep.

Pas 500 meter voor het einde, met zicht op de streep, versnel ik. Dat is 100 meter fijn omdat het een andere beweging is dan de 9.500 meter daarvoor, maar 400 meter minder fijn. Toch lukt het het tempo vol te houden en bereik ik de finish. Achteraf betekent dat ik misschien wel eerder had kunnen gaan sprinten.

Maar in het wachtvak na de finish lijkt dat compleet irrelevant. Langzaam passeert de meute de uitreiking van medailles en sportdrankjes, waardoor ik met enkele honderden uitgewoonde gezichten rondom me staan te wachten voordat ze verder kunnen. De omroeper roept om. De muziek speelt. Speakers die brullen. Aan de kant mensen, er moet een ambulance langs. Het zweet druipt. De wind koelt spaarzaam de mensen. De familieleden staan buiten de hekken met bloemen te wachten. Een slimme bloemenverkoper heeft een eind verderop een kraam neergezet.

Maar er is alleen nu en de menigte stapt langzaam verder. Ook ik krijg een medaille en een blikje sportdrank, en nog een blikje sportdrank. De schijnbaar lange terugtocht naar de kraam waar mijn tas klaarligt met nog een liter water.

Het nu verstrijkt als een stip door de dag en het wordt avond en ik lees op destadutrecht.nl over een sterfgeval tijdens de Singelloop. Vandaag kreeg de dode ook nog een naam door een bericht in een vakblad.

Alles is nu. Maar soms blijkt nu achteraf toch wat anders.